
In een paar puntjes leggen we u hier uit waar een blindengeleidehond allemaal om draait:
1. Doel van een geleidehond
Lopen met een witte stok gaat traag, is onveilig en vermoeiend voor sommigen. Met een witte stok verplaatst een blinde persoon zich van obstakel naar obstakel (tik tik, de lantaarnpaal, tik tik de stoeprand, …). Met de hond verplaatst men zich van punt A naar punt B. De hond ontwijkt alle hindernissen. Bvb in een drukke omgeving als de school, het station, is de hond de veilige gids doorheen de drukte. De hond vergemakkelijkt sociaal contact. Men zal eerder iemand aanspreken met een hond, dan iemand met een witte stok.
2. Welke honden worden gebruikt
De honden worden speciaal gekweekt. Het gedrag van een hond is voor een deel erfelijk bepaald.
Waar let men zoal op :
- De hoogte van de hond tov de mens.
- Hij moet lange wandelingen aankunnen door weer en wind
- Leergierig, flexibel, graag werken en gevoel voor verantwoordelijkheid
- Plezier in hebben om mensen te helpen
De meest gebruikte hondenrassen zijn labradors en golden retrievers. In de Canadese hondenschool gebruikt men een kruising tussen een labrador en een Bernese Mountain dog (Zwitserse Sennenhond). Men krijgt zo een hond die de intelligentie heeft van de Bernese en de werkwilligheid van de labrador. Ze worden ook Labernese genoemd.
3. Opleiding van de hond
3.1. Pleeggezin
De puppy’s worden uitgezocht op zeer jonge leeftijd. Ze blijven, zoals alle andere puppy’s, 6 tot 7 weken bij de moeder. Na deze 7 weken, komen ze terecht bij een pleeggezin. Dit is een gewoon gezin met kinderen en huisdieren. Ze moeten veel tijd en geduld hebben, want ze staan een jaar in voor de opvoeding in van de hond. Tijdens dit jaar moeten ze de hond de dingen bijbrengen die elke puppy moet leren :
- gehoorzaam zijn en zich gedragen. Ze moeten hem overal mee naartoe kunnen nemen, zodat hij kan wennen aan drukte en vreemde plaatsen
- zindelijk maken
- leiband gewenning
3.2. Opleidingscentrum:
Na een jaar bij een pleeggezin te hebben doorgebracht, begint de opleiding in het opleidingscentrum. Deze opleiding duurt ongeveer 8 maanden, waarbij dagelijks geoefend wordt.
Dit wordt de hond allemaal aangeleerd :
- Op een correcte manier aan de leiband lopen. De leiband wordt later vervangen door een harnas. De mens wordt het verlengstuk van het lichaam van de hond. Hij moet zich één voelen met de blinde persoon. Hij wordt plots 2m hoog en 1m breed. De hond loopt links van zijn baasje.
- In rechte lijnen leren lopen
- De straat recht oversteken
- Stoppen aan het einde van het voetpad
- Hij leert obstakels te vermijden
- Hij leert bevelen opvolgen, tenzij ze niet uitvoerbaar zijn of ze het leven van de blinde in gevaar brengen.
- Hij leert het aankomende verkeer inschatten
- Hij leert beslissingen nemen : vb is het voetpad onderbroken, dan moet hij een andere oplossing zoeken en laat hij voelen dat hij geen gevolg kan geven aan een bevel.
- Hij leert commando’s
Een hond is een gewoontedier. Hij kan geen huisnummers lezen, stoplichten begrijpen. Hij begrijpt niet wat rechts is, maar weet wel dat hij die kant opmoet. Het is zeer belangrijk dat men een blindengeleidehond die aan het werken is, niet aait of aanspreekt ! Hierdoor kan je de hond en zijn baasje afleiden en kunnen er ongelukken gebeuren. Loslopende honden zijn ook een gevaar. Hou dus je hond aan de leiband, als je een werkende blindengeleidehond ziet. Als de hond zijn harnas niet draagt, is hij niet aan het werk, en mag er naar hartenlust gespeeld en geaaid worden.
3.3. Opleiding samen met het baasje
De instructeur heeft een beeld van het gedrag van de hond en probeert een passend baasje te zoeken. Een eerder speelse hond voor een speels baasje, een rustige hond voor een rustig baasje. De normale verzorging (eten geven, drinken, borstelen, …) moet dan door Joyce zelf gebeuren, zodat er een hechte band ontstaat. Ze zijn gedurende de opleidingsmaand dag en nacht samen. Ze leert zelfstandig omgaan met haar hond. De hond wordt dan ook gewoon aan haar stem, en leert de bevelen uit haar mond. Na deze maand, komt de instructeur mee naar België, om een aantal vaste routes aan te leren en in te oefenen. Als het schooljaar begint, komt de instructeur terug om eventuele problemen op te lossen en om mee te gaan naar de school. Men zal de school voorbereiden en Joyce, de leerkrachten en de leerlingen begeleiden.
3.4. Verdere opvolging thuis
Er wordt steeds gecontroleerd of alles nog goed verloopt. Het aangeleerde geleidewerk moet dagelijks onderhouden worden. Als de hond 10 jaar wordt gaat hij op pensioen, en mag hij genieten van een welverdiende rust.